(Gepubliceerd in de Nieuwe Liefde, najaar 2011)
zaterdag 13 augustus 2011
Anderhalf jaar cel voor het gooien van een steen - Hoe Israël stelselmatig de rechten van kinderen schendt
(Gepubliceerd in de Nieuwe Liefde, najaar 2011)
Gepost door
Christine de Vos
op
zaterdag, augustus 13, 2011
Labels: Buitenland, Mensenrechten, Nieuwe Liefde
zondag 3 januari 2010
Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer: "De burger is een nummer geworden"
“Ik ben geen geharnast jurist”, zegt Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer. Liever dan zich blind te staren op de letter van de wet, houdt Brenninkmeijer zich bezig met de gevolgen van het recht voor individuele mensen. De persoonlijke noot, in een ambtelijke wereld die soms erg veel weg heeft van het verzameld werk van Kafka. "De overheid is niet kwaadwillend; wel onwetend, onachtzaam en onverschillig"
Wie een conflict heeft met een overheidsinstantie en daar met de betrokken ambtenaren niet uit komt, kan een klacht indienen bij het kantoor van Alex Brenninkmeijer (58). In 2005 heeft de Tweede Kamer hem benoemd tot Nationale ombudsman. Hij onderzoekt of de overheid correct gehandeld heeft, bemiddelt en brengt misstanden onder de aandacht van politiek en media. Voorheen was hij onder meer werkzaam als rechter en hoogleraar staatsrecht in Leiden. “Als ombudsman krijg ik de kans om op een wat informelere manier om te gaan met problemen waar burgers tegenaan lopen, dan toen ik nog rechter was. Het gaat niet primair om hoe een zaak juridisch in elkaar zit, maar om gevolgen van overheidshandelen voor mensen. Ik ben niet alleen iemand die het heel interessant vindt het juridische vak te bestuderen, ik voel vooral een grote betrokkenheid bij de individuele mens."
"Bemiddeling als conflictoplossing in plaats van de gang naar de rechter wint steeds meer terrein”, zegt Brenninkmeijer. “De onafhankelijkheid van de functie spreekt me ook erg aan. De ombudsman kan zich vrij over allerlei zaken uitspreken. Als rechter heb ik weleens visies verwoord die haaks stonden op de gangbare opvattingen, en dat werd niet altijd gewaardeerd. Ik was heel kritisch over de ontwikkeling van de bestuursrechtspraak. De Algemene wet bestuursrecht (de Abw, die onder meer de regels voor de verhouding tussen overheid en burgers bevat –red.) heeft allerlei procedurestappen in juridische regels vastgelegd die nauwelijks ruimte voor souplesse bieden, en is zo volledig vast komen te zitten. Als er iets misgaat is het heel moeilijk dat in goede banen te leiden. Mensen raken als het ware gevangen in de Awb-bureaucratie.”
Is de Nederlandse burger tevreden over de overheid?
“Naarmate de punten waarop de burger met de overheid te maken heeft concreter zijn, is hij tevredener. Veel dingen zijn heel goed geregeld in Nederland: straatverlichting, vuilophaaldienst. Mensen denken er al niet eens meer over na, zo vanzelfsprekend is dat. Als je burgers echter vragen stelt over zaken die meer op afstand staan – zoals: wat vind je van het functioneren van ‘Den Haag’ – worden antwoorden veel minder positief. Dat is te abstract en te veraf. Bovendien doet de rijksoverheid het minder goed dan gemeenten.Ik vind wel dat de verhouding tussen overheid en burger verruwt. De overheid heeft onvoldoende oog voor de mens, voor het menselijke. De burger is een burger-‘service’-nummer geworden, waarbij ik het woord service expres tussen aanhalings-tekens zet. Aan de andere kant zie je dat de burger zich steeds minder verbonden voelt met de overheid en minder geduld heeft. Mijn dringend advies is dan ook: zoek de burger op. Het heeft een geweldig positieve uitwerking als de overheid persoonlijk contact opneemt wanneer er iets niet goed gaat. Gewoon even de mensen bellen. Bij het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen, het UWV, is hierdoor het aantal juridische zaken met wel veertig tot zestig procent gedaald.”
Is dat alles?
“Het probleem moet natuurlijk naar behoren opgelost worden, maar door een telefoontje krijgt de overheid een gezicht of een stem en dat waarderen mensen. Als je een boze brief schrijft aan de gemeente en iemand neemt de moeite om even te bellen, dan is de angel er vaak al uit. Gehoord worden en serieus genomen worden zijn heel menselijke behoeften.Kijk, de overheid mag van alles automatiseren, de standaardbrieven mogen wat mij betreft best door een computer gegenereerd worden, maar op het moment dat er iets fout loopt moet daar persoonlijke aandacht aan besteed worden. Dat dwingt overheidsinstellingen ook om over hun eigen muurtje te kijken en te zien dat een probleem bijvoorbeeld bij het UWV, maar ook bij de Belastingdienst speelt.”
Ik zie in uw boekenkast het verzameld werk van Franz Kafka staan. Vakliteratuur?
“Kafka is een merknaam geworden voor de anonimiteit. En voor de overheid als onzichtbare, onkenbare en ongrijpbare macht die over de belangen van de burger beslist, waardoor de burger heel zwaar in de problemen komt.Je ziet dat Kafka zelf daar ook een aandeel in heeft. Het zijn voor een belangrijk deel zijn eigen hersenspinsels en hij wordt letterlijk gek van de overheid. Dat zie ik zelf ook vaak. Mensen krijgen een grote achterdocht. Meestal onterecht, de overheid is vrijwel nooit kwaadwillend. Wel onwetend, onachtzaam en onverschillig. Als je ze samen aan tafel zet, ziet de burger dat de overheid wel betrokken is en idealen heeft en dat is heel waardevol.
Ik ontmoette eens een dame die hier in Den Haag veel en vaak demonstreert. Toen ik haar voor het eerst op straat zag, trof me haar outfit. Ze had een ludiek uniform aan en een snor opgeplakt. Ik zag in eerste instantie niet eens dat het een vrouw was. Het bleek dat ze bij mij een zaak had lopen. Ze was opgepakt omdat ze zich schuldig zou hebben gemaakt aan vermomming tijdens een internationale conferentie. Dat is natuurlijk flauwekul. De rechter was al van mening dat er geen sprake was van vermomming; maar dat oppakken klopte natuurlijk ook niet. Is dat kwaadwilligheid van de politie? Ik zou eerder zeggen geweldige domheid. Dat de overheid niet begrijpt dat zo’n mevrouw, op haar manier, ludiek aan het demonstreren is en dat daar ook ruimte voor moet zijn.Er ontstaan wel vaker rare problemen rondom demonstraties. Daarom hebben we een demonstratiekaartje gemaakt, waarop de spelregels voor betogingen staan. Dat kunnen demonstrant en agent aan elkaar laten zien om conflicten te voorkomen. Kijk, het past heel mooi in een portemonnee. Of onder de pet van de agent.”
Spelen politieke ambities van bewindspersonen een grote rol bij het functioneren van overheidsinstellingen?
“Jazeker. Een minister kan heel trots zijn een bepaalde wet door het parlement te hebben gekregen en de champagne ontkurken, maar dan begint het pas. Voor de uitvoering is te weinig aandacht en dat leidt tot moeilijkheden.Dat merkten we onder meer bij de overgang van de huursubsidieregeling naar het huurtoeslagenstelsel. Die moest door de Belastingdienst worden uitgevoerd en trad al in werking voor de systemen er klaar voor waren. Als systemen niet op orde zijn, kan dat heel nare gevolgen hebben. Bijvoorbeeld voor een oude mevrouw wier man was overleden. Dat had ze keurig doorgegeven, maar nog een tijdlang werd ze benaderd alsof ze nog met hem getrouwd was – omdat de Belastingdienst dat niet in het systeem kon invoeren. Dat is natuurlijk ontzettend pijnlijk. Als er even meer tijd was uitgetrokken voor een zorgvuldige invoering van veranderingen, zou dit niet nodig zijn geweest.
Nog een voorbeeld: het UWV. Dat is een bijzonder moeilijk geval, wat al een aantal jaren hoog scoort op de klachtenranglijst. De organisatie is indertijd ontstaan uit fusies van een aantal verschillende instanties, wat grote IT-problemen met zich meebracht. Zo behandelde ik de zaak van een vrouw die met zwangerschapsverlof was gegaan en daarom een uitkering kreeg van het UWV. Zij kreeg vervolgens een miskraam. Heel triest, natuurlijk. Het UWV bleef haar maar als zwangere benaderen en aanschrijven. Dat was natuurlijk ontzettend pijnlijk. Ook toen het UWV had onderkend dat er een fout was gemaakt, bleef het doorgaan omdat hun systemen het bericht ‘einde zwangerschap wegens miskraam’ niet konden verwerken. Op zo’n moment zie je een heel harde confrontatie tussen het menselijke drama en een geautomatiseerd systeem waarin voor dat drama geen ruimte is.Tegenover de IT-moeilijkheden staan wel weer investeringen in klantencontact bij het UWV. Daar worden medewerkers op getraind. In het UWV-gebouw heeft de directie tijdelijk ‘De Buitenwereld’ gecreëerd: een ruimte waar medewerkers via simulaties ervaren hoe vervelend het is om met een bureaucratie te maken te hebben. Dat leidde tot een afname van het aantal klachten.”
De Immigratie- en Naturalisatie- dienst (IND) is ook een instelling die op veel kritiek kan rekenen.
“Bij de IND was er iets anders aan de hand. Ten tijde van minister Verdonk was er sprake van een uitermate negatieve politieke stroming ten aanzien van vreemdelingen. Toen heb ik gezegd: je kunt niet je politieke visie op vreemdelingen, en het restrictieve beleid dat de minster voorstaat, vertalen in het slecht behandelen van vreemdelingen. Dat was een fundamentele fout. Het gaat nu zeker beter bij de IND. Na een tijdlang slecht te hebben gescoord in mijn jaarverslagen en door een negatief rapport van de Algemene Rekenkamer is men zich af gaan vragen: ‘Voor wie doen we ons werk eigenlijk?’ Nou, voor de mensen die een vergunning aanvragen natuurlijk. Toen dat duidelijk werd, is het aantal klachten verminderd.”
Zo simpel?
“De wisseling van bewindsvrouwe speelt zeker ook een rol. In de uitvoering van het beleid van mevrouw Albayrak kan ik me beter vinden. Over haar politieke keuze voor een streng vreemdelingenbeleid ga ik natuurlijk niet. Maar ik vind wel dat mensen op een goede manier behandeld moeten worden, niet te lang moeten wachten en op een goede manier te woord moeten worden gestaan. Dat gaat onder Albayrak veel beter.”
U zei eerder dat gemeenten het beter doen dan de rijksoverheid. De uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning, de WMO, pakt toch niet overal even goed uit.
“Met name in de thuiszorg is op veel plaatsen heel erg veel misgegaan. Dat zat hem in de wijze van aanbesteden: tegen de laagst mogelijke prijs. De veranderende rol van mensen die in de thuiszorg werken is zeer schadelijk geweest: eerst waren ze in loondienst en vervolgens zijn ze gedwongen als zelfstandige te gaan werken. Nu de economie in crisis is, zie je wat daarvan de consequenties zijn. Afgezien daarvan zijn veel mensen die vol overgave in de zorg werken weggejaagd uit het systeem, vanwege de manier waarop gemeenten en zorginstellingen met hen zijn omgegaan. Het gaat nu om minuten afstoffen, seconden pillen geven. Dat is een respectloze manier om met het onderwerp thuiszorg om te gaan. Dat heeft zowel de thuiszorgwerker als de cliënt heel veel pijn gedaan.”
Is dat een probleem van de uitvoering of van de WMO zelf?
“Overdragen van de zorg aan gemeenten vind ik niet bezwaarlijk, dit type taak kan eigenlijk beter op lokaal niveau geregeld worden. Wat de WMO nekt is de marktwerking. Zorg en markt vind ik niet goed bij elkaar passen. Het werd ook heel bureaucratisch aangepakt. Bij zorg moet je je afvragen waar maatschappelijk gezien de belangrijkste waarde zit. Dat is natuurlijk de relatie tussen degene die de zorg nodig heeft en degene die hem geeft. Dat is niet in geld of factureerbare minuten uit te drukken. Die meerwaarde is verdwenen bij de WMO.”
Controle op een deugdelijke uitvoering van wetgeving is ook een taak van de politiek. Kwijt die zich voldoende van haar waakhondtaak?
“Nee. Een groot probleem blijft altijd het regeerakkoord en de steun van regeringspartijen voor het beleid, waardoor de kritische rol van het parlement veel beperkter is dan hij zou moeten zijn. De rol van de oppositie is heel belangrijk, maar ook heel ondankbaar. De stemverhoudingen zijn zodanig dat de parlementaire meerderheid de andere kant opgaat. Hierdoor is een negatief beeld ontstaan van de werking van de politiek. Het aanzien van parlementariërs in de samenleving is heel laag in vergelijking met, laten we zeggen, een huisarts. Scheiding van de machten, de trias politica, is in de praktijk een duas politica geworden: de wetgevende en uitvoerende macht zijn ineengeschoven. Dat is niet goed voor de werking van de democratie. Het legt meer druk op de rechter, wiens rol ook nog eens op de korrel wordt genomen. Met een pleidooi voor minimumstraffen beperkt men de vrijheid van de rechter en vergroot men op een heel ruwe manier zijn politieke invloed. Dat is zeer schadelijk voor de checks-and-balances van het democratisch systeem.”
Wat zijn onderwerpen die buiten uw terrein vallen waar u wel iets over zou willen zeggen?
“Over een aantal belangrijke thema's als zorg, huur, jeugd en onderwijs heb ik niets of maar ten dele iets te zeggen. Dat komt omdat belangrijke delen geprivatiseerd zijn. Ik ga alleen over overheidsinstellingen. In het buitenland kunnen mijn collega’s ook klachten over bijvoorbeeld de energiesector behandelen. De burger beschouwt energie wel degelijk als een verantwoordelijkeid van de overheid. Ik zou daar wel iets mee moeten kunnen doen. In het bijzonder gezien het feit dat bij organisaties waar de ombudsman zich mee bemoeit, de interne klachtenregelingen zich positief ontwikkelen. In de private sector is het klachtenrecht van heel wisselende kwaliteit en daar komen ze mee weg. Er is daar geen extern klachtrecht dat als luis in de pels fungeert. Ook daarom zou ik me graag met verhuurders en energiebedrijven bezighouden.”
Gepubliceerd in september 2009.
Gepost door
Christine de Vos
op
zondag, januari 03, 2010
zondag 11 november 2007
“Ze lopen nog steeds niet door elkaars buurt, laat staan dat ze er gaan wonen”
Terwijl in Stormont Castle, het Binnenhof van Noord Ierland, de vrede getekend is, worstelt de bevolking met de erfenis van veertig jaar Troubles. Werkloosheid, schooluitval en armoede beheersen de wijk New Lodge in Noord-Belfast. Het Ashton Centre, opgezet en gerund door buurtbewoners, probeert de situatie weer leefbaar te maken. “Wonderen verwachten we niet. We hebben nog een lange weg te gaan, maar we móéten door.”
Zo op het oog ziet New Lodge er best aardig uit. Op een paar afgebladderde torenflats na bestaat de wijk uit rode bakstenen rijtjeshuizen. Op de hoek van de straat is een speelplein met vrolijk gekleurde hekken. Maar een paar honderd meter verder doemt een hoge wand van beton en plaatstaal op: de ‘vredesmuur’. Nog steeds gaat ’s avonds het hek tussen sommige unionistische (protestante) en republikeinse (katholieke) buurten dicht. “De erfenis van de Troubles is heel tastbaar,” vertelt Paul Roberts, directeur van het Ashton Centre. Troubles – moeilijkheden, problemen – is het eufemisme dat in Noord-Ierland wordt gebruikt voor de strijd tussen katholieken en protestanten die het land al jarenlang in zijn greep houdt.
Roberts: “Vanaf eind jaren zestig tot de Goede Vrijdagakkoorden in 1994 stond het economische en sociale leven hier praktisch stil: nauwelijks bedrijvigheid, geen stedelijke ontwikkeling, geen bouw. Van de ongeveer 3700 doden tijdens de Troubles viel 23 procent in Noord-Belfast. Hier in New Lodge kwamen 632 mensen om het leven. In de wijk wonen zo’n 500 voormalige politieke gevangenen, de meesten van hen zijn werkloos.”
Hoe kom je aan een baan met een gat in je cv van een jaar of tien?
De koffietafel bij de ingang van het Ashton Centre ligt vol folders en brochures: ‘Geloof jij in Belfast?’ en ‘Ben je werkloos en wil je weer aan de slag?’ Van de tieners gaat 59 procent van school zonder diploma. Meer dan de helft van de New Lodgers leeft van een uitkering, waaronder veel alleenstaande moeders. Hoewel katholieken en protestanten met dezelfde problemen kampen, is de nood onder katholieken het hoogst.
Roberts: “Jarenlange discriminatie op de arbeidsmarkt heeft ertoe geleid dat vooral deze groep denkt: ‘Waarom zouden we nog moeite doen?’ In samenwerking met de scholen in de wijk probeert het Ashton Centre ouders en kinderen te overtuigen van het belang van onderwijs. De Job Club probeert met trainingen en cursussen iets te doen aan het lage zelfbeeld, of de schrijfvaardigheid die vaak te wensen overlaat. Maar vaardigheden aanleren is één ding, werk vinden is een tweede. Hoe kom je aan een baan met een gat in je cv van een jaar of tien? “Geld méébrengen,” grijnst Tom Gavigan. De lasser komt binnenwippen voor een praatje. “Ik was al jaren werkloos en eigenlijk het lassen een beetje verleerd. Dat pik je snel genoeg weer op, maar werkgevers vinden het een risico om iemand aan te nemen die al zo lang thuiszit, dat is logisch. Dankzij Europese subsidie heeft het Ashton Centre toen een half jaar lang mijn loon betaald. Het kostte mijn baas geen cent en ik deed werkervaring op.” Tom had geluk, zijn baas nam hem na de zes maanden aan.
Het Ashton Centre zelf is met 72 man op de loonlijst een van de grootste werkgevers in New Lodge. De meesten, inclusief directeur Paul Roberts, komen uit de wijk. Het centrum herbergt een aantal winkeltjes, een aannemersbedrijf en een crèche. Draagt het Aston Centre ook bij aan integratie? “Ik ben bang van niet,” zegt Roberts. “Katholiek en protestant leven nog steeds strikt gescheiden. Heel voorzichtig komen er wel wat integratieprojecten van de grond, maar het is nog te vroeg om daarvan resultaten te verwachten. Men loopt nog steeds niet door elkaars buurt, laat staan dat men er gaat wonen. Terwijl er in de protestantse buurt huizen leeg staan en de katholieke buurt bijna uit zijn voegen barst. Een conflict dat al bijna 900 jaar duurt, is niet in één generatie opgelost. Het wantrouwen zit diep.”
Toen na 800 jaar Britse bezetting in 1921 de (katholieke) Ierse Vrijstaat werd uitgeroepen, bleven de zes noordelijke graafschappen bij Groot-Brittannië horen. De protestanten beheersten daar het economische en maatschappelijke leven en dat wilden ze zo houden ook. Met behulp van gemanipuleerde grenzen van kiesdistricten werd de katholieke minderheid (ongeveer eenderde van de bevolking) uitgesloten van politieke macht en sociaal-maatschappelijk werden ze gediscrimineerd; de werkloosheid onder katholieken was twee tot drie keer zo hoog als onder protestanten.
Op 12 augustus 1969 kwam het tot een uitbarsting. Protestanten marcheerden door het katholieke deel van Londonderry, er vielen zes doden en de Britten stuurden het leger eropaf. Een bloedige guerrillastrijd hield Noord-Ierland jarenlang in zijn greep, met aan de ene kant de katholieke Provisional IRA en aan de andere kant de protestantse Ulster Defence Association. In 1998 werd het Goede Vrijdagakkoord gesloten: er zou zelfbestuur komen en katholieken kregen garanties voor evenredige vertegenwoordiging. Maar de Democratic Unionist Party van de militante dominee Ian Paisley, de grootste partij in Noord-Ierland, weigerde mee te praten uit protest tegen deelname van Sinn Féin, de ‘bovengrondse’ tak van de IRA.
Al jaren komt er van het Noord-Ierse ‘zelfbestuur’ dan ook niet veel terecht. Maar het wonder lijkt toch te gebeuren: katholiek en protestant zitten aan één tafel en vanaf 8 mei in één regering. Ian Paisley gaat als premier deelnemen aan een regering naast Martin McGuiness van Sinn Féin als vice-premier, die nog in 1982 de toegang tot Engeland werd geweigerd, wegens (vermeende) terroristische activiteiten. Het is vooral de eigen achterban die genoeg heeft van de uitzichtloze economische situatie en wil dat de oude vijanden het samen zien te rooien. Maar het wantrouwen is groot. Nog maar een paar weken geleden zei Paisley niet te geloven dat Sinn Féin van plan was de democratische weg te bewandelen. En voor de camera’s de hand schudden met Gerry Adams, de leider van Sinn Féin, doet hij nog steeds niet.
"Soms lijkt het alsof de Troubles nog in volle gang zijn"
Elk signaal van hetzij Paisley, hetzij McGuiness of Adams, wordt in het toch al onrustige New Lodge nauwlettend gevolgd en echoot er versterkt na. Margaret Hale is een katholieke vrouw van achterin de dertig, die er minstens tien jaar ouder uitziet. Ze woont op een interface, de scheidslijn tussen protestant en katholiek. Achter haar huis begint de buurt van ‘de anderen’. “Het is hier nog steeds onrustig,” vertelt ze. “Jongeren komen ’s avonds samen en terroriseren de mensen aan de andere kant. Soms lijkt het of de Troubles nog in volle gang zijn.” Meerdere malen zijn onder luid gejoel haar ruiten ingegooid en probeerden jongens de deur te forceren. De auto van de buren is in brand gestoken. “Mijn dochter durft niet te gaan slapen en zelf ben ik één bonk zenuwen, altijd vraag ik me af wanneer de volgende aanval zal zijn. Soms is het weken achtereen rustig, maar hoelang dat duurt weet je nooit.”
“Ik gebruik de voordeur al lang niet meer,” zegt de protestantse Catherine Robinson aan de andere kant van de interface. “Ik heb er drie sloten op laten zetten en die blijven potdicht. Vooral als de dagen langer worden zijn de relschoppers een groot probleem. Die koters worden ook steeds jonger. Knulletjes van acht doen nu ook al mee. Laatst stond er zo’n aapje bij mij om de hoek met zijn maten. Grote stenen had ’ie in zijn knuisten. Om mij te beschermen tegen de katholieken, zei ’ie.”
Aan beide kanten van de interface zien bewoners de zaken uit de hand lopen. Samen organiseerden ze een ‘mobieltjesnetwerk’, waarmee rondhangende jeugd in de gaten wordt gehouden. Helpt het? “Tja,” zegt Catherine, “in ieder geval weten ze dat er in hun eigen wijk en aan de overkant mensen zijn die dit niet accepteren. Het zou fijn zijn als de politie echt eens iets deed, maar prioriteit heeft het niet. Af en toe mag er zo’n jongen mee naar het bureau, maar daar houdt het mee op.” Margaret van de ‘overkant’: “Ik zou wel eens willen weten waar hun ouders zijn. Weten ze dat hun kinderen op de interface rondhangen? Kan het ze iets schelen?”
Het North Belfast Interface Network (NBIF), waar ook het Aston Centre deel van uitmaakt, organiseert zomerkampen en excursies zodat jongeren aan beide kanten van de muur elkaar kunnen ontmoeten. Margaret twijfelt aan het effect. Ze vertelt hoe ze zelf als tiener in de jaren tachtig een week te gast was bij een gezin in Nederland, samen met een protestants meisje uit Noord-Ierland. “Best een aardige meid, maar denk niet dat ik ineens anders tegen protestanten aankeek. Bovenden keek ik wel uit om dat aan mijn vriendinnen te vertellen. Ik had niet zo veel zin om voor verrader te worden uitgemaakt. Volgens mij is er sindsdien niet veel veranderd. Er is een gemengde middelbare school hier in de buurt. Maar ’s avonds staan klasgenoten wel weer tegenover elkaar op de barricaden.”
“Natuurlijk is dit geweld niet politiek gemotiveerd,” meent Catherine. “Hoe politiek bewust is een tienjarige? Maar vanaf hun vroegste jeugd is het: niet door die straat lopen, niet met katholieken omgaan. En natuurlijk de verhalen van vroeger, de oom die bij de UDA zat, de gunman die om de hoek door de IRA is neergeschoten. De volwassenen kunnen zich daar niet van losmaken en brengen het vijandbeeld over op hun kinderen.”
Wat verwachten Catherine en Margaret van het akkoord? “Geen wonderen,” zegt Margaret. “Onze problemen blijven, daar verandert Stormont niets aan.” Catherine is optimistischer: “Als zelfs gezworen vijanden als Paisley en McGuinness door één deur kunnen, is dat een signaal. We hebben nog een lange weg te gaan, maar we móéten door.”
Gepubliceerd in mei 2007
Foto: Gerry Lynch(Wikipedia)
Gepost door
Christine de Vos
op
zondag, november 11, 2007
Labels: Buitenland, Politiek, Reportage, Tribune
Ik ben jouw eeuwig heden
Hoe moeilijk is het om de dood van een geliefde te verwerken. Of zelfs maar te bevatten. Het idee dat die persoon nooit meer terug zal komen. Wat is dat, nooit meer? Hoe lang duurt dat? En als ‘nooit meer’ voorbij is, komt hij of zij dan weer terug? Krampachtig zoeken we naar een manier waarop we onze echtgenoot, ouder of kind toch nog een beetje bij ons kunnen voelen. De belofte van een weerzien in een volgend leven, het idee dat de overledene van een afstandje naar ons blijft kijken en misschien zelfs iets tegen ons zegt. Zoals in het mooie gedichtenbundeltje Hier ben ik van Hein Walter.
In het boekje praat de tienjarige Nathalie Geijsbrechts tegen haar vader Eric. Ruim
In eenentwintig gedichten laat Walter het meisje tot haar vader spreken. Tien
Maak de stilte wakker pap
en hoor de liefde in de herrie
geef de dood geen kans en weet
dat elke keer dat ik bij name word genoemd
ik steeds opnieuw geboren word.
Hier ben ik is geschreven als onderdeel van een project waaraan in 2002
"In gesprekken met Eric Geijsbrechts kreeg het kunstwerk langzaam
dat hij overal mee naar toe zou kunnen nemen, dat hij aan anderen zou kunnen
geven, iets dat hij in de kast zou kunnen zetten als het hem teveel werd", zegt
Denk aan wie ik was, wie ik ben, niet aan hoe ik gestorven ben, houdt Nathalie
Laat me niet meer schreeuwen
maar weer lachen als een kind
en spelen dat ik moeder ben van al mijn poppen,
van de dag en slapen op de bank.
Laat me je dromen niet verscheuren
maar verschijnen als een meisje
dat je zegt dat alles goed is
want zo is het.
Voor familieleden van vermisten is het verlies misschien wel dubbel zo zwaar. De
Toch
ambtenaar Nathalies naam door te strepen, zoals Walter haar in een van de
Volgens het wetboek
ben ik bij volwassenheid
gerechtigd om te zeggen
wat ik wil.
Daarom zeg ik,
pap, ik hou van je.
En ook
om me los te laten
zoals je Bjorn los zal laten
als hij 21 is.
Hein Walter heeft met 'Hier ben ik' een teder en hoopvol boek geschreven.
Maar weet
dat we nooit verder
van elkaar verwijderd zullen zijn
dan een gedachte.
Mooi…
Gepubliceerd in mei 2005
Gepost door
Christine de Vos
op
zondag, november 11, 2007
Labels: Literatuur, Roodkoper
zaterdag 3 november 2007
De Wadden, houden wat we hadden
In de zomer van 2000 protesteerde het Milieu Alarmteam van de Socialistische Partij met de campagne De Wadden houden wat we hadden, tegen de voorgenomen gasboringen in het Waddengebied. Een week lang trok een campageteam van onder meer SP-kamerlid Remi Poppe, ornitholoog Tom van Spanje en Eelco Leemans (Stichting de Noordzee) langs de Waddeneilanden. Onderweg werd gedebatteerd met de verschillende belanghebbenden, op de eilanden zelf vroegen 'kwartiermakers' om steun bij de vakantiegangers. Mijn opdracht was een sfeerverslag van de reis te schrijven informeert maar vooral dat lekker wegleest. http://www.waddencampagne.nl
Maandag 3 juli
Toen wij uit Harlingen vertrokken…
Niet met de Edam, maar met de Orion die oude schuit beginnen we onze Waddenvaart in Harlingen. De kakkerlakken in de midscheeps en rattennesten in het vooruit blijven ons echter bespaard. Wel worden we uitgeleide gedaan door Andy Liebrand van de Waddenvereniging die hoopt dat de Waddentoernee veel steun zal opleveren voor het standpunt de Wadden, ‘onze laatste wildernis’ in het vervolg te vrijwaren van economische activiteiten. ‘Het is wel erg makkelijk om te eisen dat men elders in de wereld zorgvuldig omgaat met de regenwouden terwijl wij een zootje maken van onze eigen natuur die minstens even kostbaar en uniek is.’ Liebrand wenst de opvarenden van de Orion een stevige storm toe om te voelen hoe nietig wij zijn en hoe groots de onstuimige Waddennatuur is. De mens moet zijn plaats weten. Vooralsnog is het stralend weer als we de haven uitvaren en koers zetten naar Ameland. De ochtendnevel is opgetrokken en onder begeleidend gekrijs van zilvermeeuwen baant de Orion zich - per motor want wind is er niet - een weg door het smaragdgroene water waarin af en toe de zilvergrijze rug van een zeehond opduikt. Op de voorplecht klinken de dwarsfluit en accordeon van Margo Lötters en Elco van Alphen, de leden van Theater De Lachende Zon die deze week tekenen voor muziek en theater.
‘Als jullie de economische activiteit in het waddengebied aan banden wil leggen, wat betekent dat dan voor de chartervaart?’ vroeg Gijs van Hesteren van de belangenvereniging voor charterschippers ongerust toen hij daags voor afvaart actieleider Harry Voss belde. ‘ Kom aan boord, dan hebben we het erover,’ nodigde Voss hem uit. Zo’n vier- á vijfhonderd schepen varen elke zomer vol toeristen de Waddeneilanden langs. ‘Alles goed en wel,’ vindt SP-Kamerlid Remi Poppe, maar dat moeten er niet zoveel worden dat de havens van Harlingen en Terschelling moeten worden uitgebreid om maar meer ligplaatsen te creëren. Meer vaarbewegingen is meer onrust en meer schepen betekent meer vervuiling.’ Van Hesteren ziet nog wel ruimte van enige uitbreiding, maar erkent dat een wildgroei aan charters het vakantiegenot van zijn klanten, en dus zijn zaak weinig goed doet. ‘En inderdaad, de aan de verantwoorde inname van afvalstoffen valt nog wel het een en ander te verbeteren.’
‘Priep priep priep!’ Een snerpend scheidsrechtersfluitje maant omstanders plaats te maken. Zo dwingend als het geluid, zo galant is Elco van Alphen - je mag directeur zeggen - van Theater De Lachende Zon. Met zwierig handgebaar verzoekt hij om ruimte. In het niet al te brede winkelstraatje in het centrum van Nes op Ameland verzamelt zich al snel een plukje mensen. Rondom het straattheater, maar ook rond de actietafel, waar kleurige ‘Waddenmanifesten’ op een donkerblauwe tuintafel verspreid liggen. De Wadden: houden wat we hadden, staat op een groot wit zeil op een standaard, tussen tafel en circus in. Een flinke rij met voornamelijk Duitse kinderen staat te trappelen om hun wens voor de Wadden op te schrijven. ‘ Die Watten sind ganz toll,’ verklaart een klein meisje met blonde vlechtjes. ‘Alles gute,’ stift ze in haar beste schoolschrift op het zeil. ‘Blijf met je kladden van de Wadden!’ schettert actieleider en milieuspeurder Harry Voss door een megafoon. In Wadden t-shirts gestoken actievoerders nodigen mensen uit hun handtekening onder het Waddenmanifest te zetten. ‘Ja naturlich mussen die Watten Naturschützgebiet werden,’ beaamt een Duitse toeriste terwijl ze haar naam en adres invult op de antwoordkaart die aan het manifest hangt.
‘Wie heeft er een aansteker?’ wil Elco weten. Een jongetje dat met zijn ouders op een terrasje zit, brengt die van zijn vader. ‘Heeft je vader ook een portemonnee?’ Ja, ook. Berustend staat vader, die dit deze vakantie duidelijk vaker heeft moeten doen, zijn buidel af. ‘Heel vriendelijk,’ complimenteert Elco, die de portemonnee aanpakt, maar direct weer teruggeeft, ‘ maar ook een beetje dom. Laat dit een les zijn.’ Hij trekt vader’s Zippo langs zijn jongleerknotsen en gooit ze achter elkaar de lucht in. ‘Steek onze kaarten niet in de hens, want dan kunnen we weer opnieuw beginnen,’ waarschuwt een actievoerder. Maar alles gaat goed. Met bijna duizend steunbetuigingen en luid applaus besluiten we de eerste actiedag.
Dinsdag 4 juli
Zo mooi...
De mist ligt als een wattendeken over de haven van Ameland. Na een paar minuten aan dek voelen truien klam aan en wanneer je je ogen sluit maken je wimpers natte penseelstreekjes op je wangen. Het zicht reikt niet verder dan de buurboot. Op de tast vinden we de doucheruimtes. ‘Dat wordt niks,’ bromt Remi Poppe. ‘Als dit zo blijft varen we niet uit.’ Schipper Rob Fischer geeft hem gelijk. Pas als om een uur of elf, als de mist is opgetrokken vaart de Orion de haven uit. Op naar Schiermonnikoog. Remi Poppe, in zijn schaarse vrije tijd de trotse kapitein van de zalmschouw de Vischhandel II, heeft de roerganger van de Orion zover dat deze het stuur aan hem overgeeft. Slalommend scheuren we om de boeien heen.
Op het dek discussiëren ornitholoog Tom van Spanje en Eelco Leemans van Stichting De Noordzee met Maarten Snel van De Wadvaarders, de vereniging van pleziervaarders op de Waddenzee. ‘ Vrij en verantwoord varen,’ is hun motto. En met dat ‘ vrij’ hebben Van Spanje en Leemans wat moeite. De vrijheid van de een gaat immers vaak ten koste van de rust van de ander. ‘Er zijn veel te veel plaatsen op het Wad waar we niet mogen komen,’ vindt Snel. Wildernis oké, maar wel kunnen beleven. Als je er een hek omheen zet, heeft niemand er wat aan.’
‘De vraag of gebieden wel of niet afgesloten moeten worden is vaak gebaseerd op onderzoek dat gedaan is naar gedrag van recreanten. Veel recreanten missen de kennis om te weten of hun handelingen kwaad kunnen,’ meent Van Spanje. ‘Gebieden waar zeehonden jongen voeden moeten afgesloten worden. Een gebied als Rottumeroog is sinds een paar jaar onbewoond. Dat biedt enorme mogelijkheden voor bedreigde vogelsoorten. Tenminste, als je het gebied tien jaar volstrekte rust gunt, dus geen recreanten!’ Al te heftig vliegen de heren elkaar niet in de haren, want wanneer Poppe luid: ‘Zeehond, stuurboord!’ schreeuwt, staan ze eensgezind met verrekijkers geheven naast elkaar. Naast de boot zwemt een grote school kwallen. Is het weekdier op het strand niet meer dan lelijke vieze blubber, in het groene water lijkt het transparant roze wezen een sierlijke ballerina. Mooi...
In Schiermonnikoog-centrum is De Lachende Zon weer een doorslaand succes. Geen vuurspuw act vandaag, maar open podium voor de kinderen. Op een grasveldje staat een jongetje, puntje van de tong tussen de lippen. In opperste concentratie probeert hij de diabolo omhoog te gooien en weer te vangen. Zijn zusje raapt zuchtend een bordje van de grond dat ze op een steel probeert rond te draaien. Dat valt nog niet mee.
Groen gepuntmutste Margo zit met accordeon op haar knieën voor een buggy van waaruit een witblonde peutertweeling haar met open mond en twinkelende oogjes aanstaart. ‘Op een grote paddestoel...’ De kinderen genieten en hun ouders steunen massaal de campagne.
Otto Overdijk, beheerder van de Waddengebieden in eigendom van Natuurmonumenten is een vriend van wie Tom van Spanje ‘nog wat tegoed heeft.’ Om zijn schuld in te lossen neemt hij drie van ons mee zijn domein in. In zijn landrover hobbelen we over een zandvlakte aan de noordkant van Schiermonnikoog. Kleine zandheuveltjes variërend van enkele decimeters tot een meter hoogte, zijn begroeid met helmgras. ‘ Hier vormt de natuur nieuwe duinen,’ legt Overdijk uit. ‘ Elk jaar wordt Schiermonnikoog zo’n drie voetbalvelden groter.’ Rechts van ons steken oude duinen grillig af tegen de rose avondlucht. Hier en daar heeft het zeewater grote stukken duin weggeslagen. Aan de rand van het broedgebied van sternen stappen we uit. Vier paar schoenen drukken zich naast de vogelvoeten in het zand. De sternen cirkelen onrustig boven het gebied. Blijf van mijn jongen, blijf van mijn jongen, krijsen ze. ‘Scholeksters zijn nog uitgekookter,’ weet Remi Poppe. ‘Die lokken toeristen bij hun nesten vandaan door mank te gaan lopen. Ga je achter ze aan, vliegen ze ineens op en hebben je jou waar ze je hebben willen. Weg bij hun jongen.’ Boven op de oude bunker in het centrum van het eiland heb je een prachtig zicht over Schiermonnikoog. Vegetatie in alle kleuren groen die je kan bedenken ligt, als een oude deken, die door teveel wassen hier ruw en daar verkleurd, is aan onze voeten. De leeuwerik zingt en de branding ruist. ‘ Zo mooi, zo mooi... Zo oneindig mooi,’ zingen we in gedachten mee met Bram Vermeulen.
woensdag 5 juli
Een stevig robbertje bridge
Als we de derde morgen van de Waddentoer wakker worden, is de hele haven drooggevallen. Schiermonnikoog is een getijdenhaven en bij laag water raken alle schepen aan de grond. Baggerend over de zeebodem komen we aan wal. Pas als om half twaalf de Orion weer drijft, kunnen we gaan. Er staat een fikse wind, dus de zeilen kunnen gehesen. De lucht trekt dicht en Harry Voss voorspelt ter zake kundig dat de zonnebrand niet nog zal zijn. In navolging van zon en mist, regeert vandaag de regen. Tot ieders ongenoegen, behalve tot dat van Remi Poppe, die zijn gloednieuwe, knalgele ‘oliepak’ aankan en gelijk een reuzenkanarie de hele reis lang rond het roer blijft drentelen, in de hoop een eindje te mogen sturen. Tom van Spanje en Eelco Leemans moeten het met blauwe en verre van waterdichte Wadden....houden wat we hadden windjackjes doen, maar zijn vastbesloten te genieten van de natuur totdat ze geen droge draad meer aan het lijf hebben. Verrekijker erbij. ‘Is dat een eidereend in de verte? Nee, een regendruppel op de lens.’
Heen en weer beweegt de boot. Tweede Kamer fractiemedewerker Siddi Roza verhandelt tegen woekerprijzen haar zeeziektepilletjes. ‘Eén... nee, twee sorbets in de volgende haven.’ Zonder morren, want misselijk, tekenen we de schuldbekentenissen, de gedachte aan sorbets zorgvuldig uitbannend.
Terug op Ameland blijkt Frank Duut, persvoorlichter van de NAM regen en wind te hebben getrotseerd. Hij klautert aan boord voor een stevig robbertje bridge met Remi Poppe, Tom van Spanje en Eelco Leemans. ‘De Tweede Kamer snapt er niets van,’ opent hij direct de aanval. ‘In de hele discussie rond de gasboringen in de Waddenzee heb ik nog een steekhoudend argument tegen boringen gehoord. We hebben alle mogelijke vergunningen binnengehaald, de betrokken provincies en gemeenten werkten mee aan alles was voldaan, toen moesten we januari 1999 van Geke Faber ook nog eens voldoen aan de nieuwe natuurbeschermingswet. Daar hebben we onmiddellijk bezwaar tegen gemaakt bij de Raad van State en dat loopt nog. Hebben we zevenhonderd miljoen uitgegeven, wil men nu ineens de exploitatie weigeren.’
‘Heel vervelend, zevenhonderd miljoen is een hoop geld,’ leeft Poppe mee. ‘U vindt de overheid nu onbetrouwbaar omdat u ooit in het verre verleden door de toen zittende volksvertegenwoordigers een concessie is verleend. Dat de zaken nu anders liggen, is geen onbetrouwbaarheid maar democratie. Om vier jaar kan samenstelling van de Kamer en kunnen dus ook ideeën veranderen. Het moet niet zo worden dat de huidige Kamer gebonden is aan de afspraken van voorgangers. De SP zegt: Geen economische activiteiten op de Wadden. Geen mechanische kokkelvisserij, geen intensieve recreatie en geen gaswinning. Dat is veel te riskant. Van de gevolgen van bodemdaling op het ecologisch systeem weten we niets!’
‘Wel, Er zijn geen effecten van bodemdaling bewezen. De bodem op Ameland, waar al boorinstallaties in werking zijn, is maar 22 centimeter gedaald zonder enig effect op het milieu.’
Poppe: ‘Andere wetenschappers zeggen weer dat er geen zekerheden zijn.’
Duut: ‘Dat zijn dan geen goed wetenschappers.’
Van Spanje: ‘Maar wel onafhankelijke wetenschappers.’
‘Naaah,’ blaast Duut
‘Kortom, we weten het niet, en dus moeten we van een zo kwetsbaar gebied als de Wadden afblijven,’ concludeert Leemans.
‘Nee, je snapt het niet!’ gooit Duut in ergernis de armen in de lucht.
Het enige waar de heren het over eens worden, is dat ze het niet eens zullen worden. En met een heel, heel, heel stevige handdruk nemen ze afscheid. Als Duut uit zicht verdwijnt, klaart ook het weer wat op.
Donderdag 6 en vrijdag 7 juli
Zigeuner- en tienermeisjes
We raken in ons ritme. ‘s Morgens varen we rond half elf uit. Aangekomen in de havens ontmoeten we de kwartiermakers, die al een paar dagen op het eiland ondertekende Waddenmanifesten hebben verzameld. Dan een laatste ronde kaarten ophalen op het centrale plein. Op Terschelling zag De Lachende Zon een jeugddroom vervuld: spelen op de ‘gewijde grond’ onder de Brandaris.
Vandaag varen we naar Vlieland. Vlak voor de afvaart komt Piet de Boer van de Stichting Ons Schellingerland aan boord om zijn steun te betuigen. De stichting houdt alle veranderingen op Terschelling scherp in de gaten. Wat betreft de natuur, maar vooral waar het gaat om het eiland zelf. ‘We willen geen grote hotels op het eiland. Jazeker, veel mensen bestaan hier van het toerisme, maar het is een klein eiland en er is nu eenmaal een maximum aan wat het kan hebben.’
We varen uit. De kortste weg, door open zee, blijkt ook de meest onstuimige. Schipper Rob Fischer hijst de zeilen en heftig schommelend varen we de haven binnen. Het centrum van het dorp blijkt uit maar een straat te bestaan. Margo zit op een stoepje en speelt kinderliedjes. Drie kleine blonde meisjes dansen om haar heen. Armpjes omhoog vingertjes gespreid, alsof ze de zon willen pakken. ‘En nu die van het klein zigeunermeisje, ken je die?’ Margo kent ze allemaal. Verderop leren iets oudere kinderen hoe ze een bordje op een stok moeten laten draaien.
Ondanks de geringe drukte op het eiland zijn er toch veel mensen die het Waddenmanifest ondertekenen. SP senator Driek van Vugt is ook van de partij. ‘Goedemiddag dames,’ charmeert hij twee veertienjarige pocket-madonnaatjes (korte rokjes, lange laarzen en de donkerste lipstick die de Etos in de aanbieding had) van de sokken. ‘Hebben jullie de Wadden al gered?’ Giechelend vullen de ‘dames’ de antwoordkaart in en stiften ze hun naam op het zeil. ‘Samantha en Roxanne, mijn allergrootste dank. Echt fantastisch van jullie!’
Zaterdag 8 juli
Thuiskomst in Oudeschild
‘Kobus de krab is depressief, hij vindt de mensen niet zo lief. Ze boren het gas in de Wadden an. Ze maken er een grote puinhoop van.’ Op een overdekt podium in de haven van Oudeschild op Texel opent Theater De Lachende Zon zingend de laatste manifestatie. In tegenstelling tot de afgelopen week zijn ze dit keer tweede viool. Klapper van deze manifestatie is Linda Wagenmakers, bekend van het Eurovisie Songfestival en van de musical Miss Saigon. Opzij van het podium staan de driehoekige zeilen die we de hele week van eiland naar eiland hebben meegesjouwd en waarop honderden mensen hun wens voor de Wadden hebben opgeschreven. ‘Bewaar de schoonheid’, ‘Handen af!’ en ‘Wad(t) ben je mooi!’ is maar een klein deel van al het goeds dat de mensen, toeristen en bewoners van de eilanden het Waddengebied toewensen. Daarbij zijn nog eens ruim drieduizend ondertekende Waddenmanifesten opgehaald.
‘We zijn blij met alle belangstelling die de Wadden krijgen,’ zegt directeur van de Waddenvereniging Doeke Eisma. Eisma merkt op dat wanneer je eenmaal de weerstand bij de bevolking van de eilanden hebt weggenomen, je samen met hen veel goeds kan betekenen voor het gebied. ‘Mooie, rustige, natuurlijke Wadden zijn goed voor toeristen én eilanders.’
SP-senator Driek van Vugt, die op donderdag op de Orion aanmonsterde, vertelt hoezeer hij geraakt is door de schoonheid van het gebied. ‘Een groep grijze zeehonden vulde mijn hart met verwondering. Wat is het toch een prachtig gebied. En dan te bedenken dat dit stuk unieke natuur wordt bedreigd door het grote geld. Mogelijke gasboringen, kokkelvisserij, havenuitbreidingen dreigen de strijd te winnen. De grote stern, de eidereend en de zeehond zijn de grote verliezers. Dus verliest ook de mens een beetje.’ Het wordt de hoogste tijd dat we de wadden een echte wildernis laten zijn, meent Van Vugt.
Ook Jan Kuiper, directeur van Ecomare, het centrum voor Wad en Zee heeft het over de eidereenden die door de mechanische kokkelvisserij van hun voer worden beroofd en massaal sterven. Hij feliciteert de SP met een succesvolle actie en wenst haar sterkte toe bij de volgende ronde in september, wanneer de Kamer de Planologische Kernbeslissing voor het Waddengebied behandelt. Bij die gelegenheid zullen de volgeschreven zeilen en de Waddenmanifesten worden aangeboden. ‘Als meer mensen zich bewust worden van de dreigingen, zal er meer draagkracht zijn voor het voorzorgsprincipe: gewoon handen af van de Wadden,’ besluit Kuiper zijn betoog.
Gepost door
Christine de Vos
op
zaterdag, november 03, 2007
Labels: Krabbels, Natuur en Milieu, Reportage
"Dit is mooi, dus afblijven!"
Shell en Esso hebben hun zinnen gezet op het kostbare aardgas onder de zeebodem en willen de concessie die het Rijk hen ooit verleende, te gelde maken. Wetenschappers tuimelen over elkaar heen om de risico's (of juist de afwezigheid daarvan) voor de Wadden aan te tonen en komen gezamenlijk niet uit. Bioloog Bernhard Spaans vindt de hele welles-nietes discussie niet zo boeiend. "Dit is mooi, dus afblijven!"
Een koude vrijdagmorgen op Texel. Er staat een flinke wind als de veerboot de haven van 't Horntje op Texel binnenvaart. Bernhard Spaans, bioloog bij het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) is alles wat je je bij een bioloog voorstelt. Een wanordelijke bos rossig haar en dito baardje, kaplaarzen aan de voeten, verrekijker om de nek. Zijn assistent Christoph loopt er net iets gesoigneerder bij, maar de student milieukunde is ook nog maar een paar dagen geleden aan zijn stage bij het NIOZ begonnen. De twee gedreven "vogelaars" houden zich voornamelijk bezig met het volgen van zo'n vijfhonderd geringde kanoetstrandlopers om zo hun leefpatroon in kaart te brengen.
Volgens de wetten en regels moeten de activiteiten in de Waddenzee ondergeschikt zijn aan de bescherming van de natuur. Zo stelt de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn dat op plaatsen waar vogels nestelen, de omgeving niet verstoord mag worden. "Als Nederland zich daaraan hield, zouden verstoorders als de NAM gewoon van het wad afgestuurd moeten worden," zegt SP-milieuspeurder Harry Voss. "Maar de regering heeft nog niet eens concrete invulling gegeven aan die bepaling. Het Hof van Justitie heeft Nederland, op straffe van een dwangsom, moeten manen daar nu eindelijk eens werk van te maken!"
"Toen de Zuiderzee IJsselmeer werd voltrok zich achter de Afsluitdijk een ecologische ramp"
Met drie paar bemodderde kaplaarzen en een telescoop in de achterbak verlaten we de parkeerplaats van het NIOZ. Over een smalle asfaltweg gaat het langs een dijkje waarop schapen grazen. Aan de rechterkant ligt een stuk ondergelopen land waar een paar honderd vogels dobberen. Een koppel bergeenden en een familie smienten op de voorgrond banjeren met de gebruikelijke eendenelegantie heen en weer op de oever en trekken aan wat grassprietjes die niet zijn ondergelopen. Aan de overkant: weer een dijkje. Dit gebied, tussen de oude en nieuwe zeedijk, is een rustpunt waar wadvogels vertoeven wanneer de zandplaten onder water staan. De nieuwe zeedijk lekt zout water in het bassin, dat zodoende net brak genoeg is om de vegetatie niet de pan uit te laten groeien. Het blijft een mooi open watertje. De verrekijkers worden te voorschijn gehaald. "Kijk rotganzen, daar in het midden," wijst Christoph naar een clubje grijze vogels op de plas. "Aardig wat jongen," leest Spaans af aan het aantal ganzen met lichtgrijze strepen op hun rug. Het aantal jongen zegt iets over de omstandigheden in Siberië, waar de vogels hun trektocht begonnen zijn.
"Poeweeep!" klinkt het plotseling vanachter het oude dijkje. "Ha," lacht Spaans, "er zitten weer een paar rotganzen op iemands weiland. Even wachten, dan komt er straks een hele zwerm over de dijk zetten." We wachten. Niets. Gelijk Pavlovhondjes hebben de ganzen allang door dat op het grazen op boerengraslanden geen andere sancties staan dan een beetje herrie. "Eigenlijk eten ze liever zeegras," vertelt Spaans. "In de jaren dertig is daar een ziekte in gekomen en ging de hele dis verloren. Elders is het wel weer opgekomen, maar op de Wadden niet. Dat heeft onder andere te maken met de afsluiting van de Zuiderzee. Maar ook de garnalen- en kokkelvisserij, waardoor alle grond wordt omgewoeld, heeft terugkeer van zeegras voorkomen. Rotganzen zijn zo flexibel dat ze zichzelf binnendijks gras hebben leren eten. Maar kanoeten zijn voor hun voer geheel afhankelijk van kokkels en nonnetjes, iets kleinere schelpdieren."
"Toen de Zuiderzee indertijd IJsselmeer werd, was het argument ook dat schadelijke gevolgen niet zeker waren," zegt Voss. "Vervolgens heeft zich achter de Afsluitdijk een ecologische ramp voltrokken. In twee jaar waren de daar groeiende wieren allemaal verdwenen. Ook de rotzooi van binnenschepen, die via de IJssel het meer instroomde, kon nergens meer heen. De Waddenzee is een nog complexer ecosysteem."
In het begin van de jaren zestig kreeg de NAM – een werkmaatschappij van Shell en Esso – een eeuwigdurende concessie voor winning van al het Nederlandse aardgas. In 1984 gaf de toenmalige minister Andriessen van Economische Zaken toestemming voor proefboringen in de Waddenzee. Een moratorium, dat de Wadden tien jaar rust zou gunnen, liep onlangs af. Boren maar, vond het kabinet, als dat tenminste geen "onherstelbare schade" oplevert. Maar de Kamer sprak zich, met uitzondering van de VVD, sowieso uit tegen boring. Zuchtend trok het kabinet zich terug in het Catshuis. Nadat een groep wetenschappers verdeeld en twijfelend advies uitbracht, kon ook nieuw overleg met de NAM geen oplossing brengen voor de verdeeldheid binnen het kabinet. Op 3 december (toen deze Tribune gesloten werd) stelde het opnieuw de beslissing uit.
Met een oppervlakte van 8000 km2 zijn de Wadden het grootste natuurgebied van West-Europa. Ongeveer eenderde hoort bij Nederland, de rest valt onder Duitsland en Denemarken. Het unieke van de Waddenzee is de invloed van eb en vloed. Nergens ter wereld is een groter gebied waar de getijden vrij spel hebben. Elke dag voert de vloed nieuw zuurstof- en voedselrijk water aan uit de Noordzee. In de ondiepe Waddenzee ontwikkelen zich vervolgens enorme hoeveelheden plankton. Dat garandeert een overvloedige maaltijd voor wormen, schelpdieren en garnalen. Die lokken vogels en vissen en dus ook vis etende vogels en zeehonden. Allemaal in onvoorstelbare aantallen.
Ecologische verandering in het waddengebied heeft gevolgen voor de vogelstand over de hele wereld. De Wadden vormen een tankstation voor tientallen vogelsoorten uit bijna het hele noordelijk halfrond. Van sommige vogelsoorten is meer dan de helft van de wereldpopulatie er een deel van het jaar te vinden. Net als de rotgans is de kanoet van oorsprong een noorderling. De ene ondersoort broedt aan de arctische kust – bij de Baltische staten rechtsaf – en overwintert op de Wadden. Zijn neefje is in de zomermaanden in Siberië, slaat in het waddengebied proviand in en vliegt daarna door naar Afrika. "Jaren geleden zat ik zomers lang in Siberië om kanoeten te ringen," vertelt Spaans. "En niets is leuker dan vijfduizend kilometer verder, bij wijze van spreken in mijn achtertuin, een kanoet te ontdekken die ik jaren eerder een ringetje om de poot heb geklemd. Alsof je weer een oude vriend tegenkomt."
"De mens laat op alle niveaus zijn sporen achter. Steekt hij geen pijpen de grond in, dan gooit hij zijn rotzooi wel neer"
De tocht wordt vervolgd, over de zeedijk in noordelijke richting, waar Bernhard en Christoph drooggevallen zandplaten verwachten. In het grauwe water dobberen twee eidereenden. Plots neemt het mannetje en duik en komt een seconde of tien later boven met een mossel in zijn snavel. Zijn vrouwtje – onder het motto: we zijn in gemeenschap van goederen getrouwd en dat zal je weten ook – zet de achtervolging in om manlief zijn hapje te ontnemen. Te laat. Hij heeft de buit al met schelp en al ingeslikt. "Die beesten hebben zo'n gespierde maag, dat ze er de schelp mee kunnen kraken," weet Christoph. Kanoeten doen hetzelfde met kokkels, maar die mogen niet groter zijn dan een centimeter."
Zandplaat in zicht. En kanoeten. Knus op een kluitje staan ze tot de enkels in het water in het natte zand te prikken. Sensoren in de snavel verraden de aanwezigheid van schelpdieren, die gulzig soldaat worden gemaakt. "Moet je je voorstellen hoe elastisch die maagwand is," zegt Spaans, terwijl hij tussen duim en wijsvinger een miniem kokkeltje probeert te kraken. "Tijdens de trek wordt de maagwand als brandstof gebruikt en verkleint hij zich van de grootte van een stevige walnoot tot zeg maar kokkelformaat. Na aankomst hier, is hij binnen een week weer op oude grootte en sterkte. Fantastisch hè?"
Intussen heeft Christoph de telescoop tevoorschijn gehaald en schat de kanoetenclub zo'n vijfhonderd vogel groot. "Als je hier doorheen kijkt, zie je dat vogels aan de buitenrand net iets onrustiger zijn dan de rest. Zij staan op wacht." En niet voor niets. Plots is er paniek in de tent en vliegt de hele avifauna als door een bij gestoken op. Een sperwer heeft het op de jongste en zwakste kanoeten voorzien. Hij laat de groep een paar keer nerveus van links naar rechts zwermen, besluit dan dat het de moeite niet waard is en neemt de kuierlatten. Poeh, poeh dat was wat! Gauw een kokkeltje voor de schrik.
Christoph, die nog wat ringen wil tellen, achterlatend, rijden we verder. Dijkje op, dijkje af. Hé, zijn dat kleine zwanen, daar in dat gerooide bietenveld? Nee, soepganzen classificeert Spaans de tamme vogels ter zake kundig. Bij de "slufter" aan de noordwest kant van het eiland houden we halt. Achter een lage duinenrij ligt als een ooit effen groenen deken, die nu door jaren van gebruik en wassen op de ene plaats is verkleurd en op de ander ruw geworden, de slufter. Groen, bruin en goudtinten, gras, mos en andere vegetatie lopen vloeiend in elkaar over en worden doorkruist door smalle kreken die van achter de duinen uit de Noordzee komen. Zo'n tien keer per jaar loopt het gebied onder. De strook rommel – plastic colaflessen, lege chipszakken en wat dies meer zij – geeft aan tot hoe hoog het water komt. "De mens weet ook op alle niveaus zijn sporen achter te laten," bromt Spaans. "Steken ze geen pijpen de grond in, gooien ze hun rotzooi wel neer."
"Als je op de Veluwe zo tekeer zou gaan als op de zeebodem, zou er een ware ravage achterblijven"
Gaswinning op het wad leidt tot tientallen centimeters daling van de zeebodem. Het is onmogelijk te voorspellen wat de gevolgen van die bodemdaling zullen zijn. Wel staat vast dat ze nooit meer ongedaan kan worden gemaakt. Voorstanders van gaswinning bepleiten boren vanaf vaste wal met schuine boorpijpen om de eilanden te ontzien. Maar de bodemdaling wordt daar niet minder door. Bovendien betekenen boorinstallaties een grove inbreuk op het natuurlijke kustlandschap. Affakkelinstallaties – de beruchte "vlammenwerpers" – zullen ook 's nachts voor ernstige verstoring van de natuurlijke rust in het waddengebied zorgen.
Waddengas is helemaal niet geschikt voor het Nederlandse aardgasnet, omdat het gas een heel andere samenstelling heeft dan "de bel" uit Slochteren. De NAM wil het waddengas gebruiken om haar concurrentiepositie op de internationale markt te verbeteren. Met andere woorden: winst maken door exploitatie van Nederlands natuurgebied!
Via de vissershaven terug naar de veerboot. In het inmiddels doorgebroken zonnetje liggen de vissersbootjes te glimmen. Tussen netten en manden door lopen mannen in marineblauwe truien en dito mutsen. Op Hoop van Zegen, maar dan zonder Kniertje. "Mooi dat ze met die netten hele stukken zee zo'n zeven, acht keer per jaar omploegen en zo alle bodemfauna doen opschrikken," torpedeert Bernhard Spaans de idylle. "De Noordzee is een akker en de pest is dat je het niet ziet. Ze oogt altijd hetzelfde: water en golven. Als je op de Veluwe zo tekeer zou gaan als op de zeebodem, zou er een ware ravage achterblijven. Moet je eens zien hoe snel er beschermende maatregelen genomen zouden worden. Maar wat je niet ziet, bestaat niet en daar is het waddengebied de dupe van."
Het gevaar loert overal…
Overbevissing
De mosselstand in de Waddenzee was in 1991 totaal geëlimineerd. Met de kokkels gaat het hard dezelfde kant op. Kokkelvissers, uitgerust met enorme "stofzuigers", slurpen in no time hele zandbanken leeg. Daardoor worden woon- en broedplaats van vele waterdieren omvergewoeld.
Militair oefenterrein
Op Vlieland en in het Lauwersmeer heeft het Nederlandse leger oefenterreinen aangelegd. Lege hulzen van kogels blijven na de schietoefeningen op het wad achter en verdwijnen in het milieu. Tankbommen en mitrailleurvuur veroorzaken overlast tot in Harlingen en Texel. In de laagvlieg zone boven het oostelijk waddengebied bezorgt de luchtmacht zeehonden een hartverzakking door met F16 vliegtuigen de rust aan flarden te scheuren.
Massatoerisme
Elk jaar komen meer en meer toeristen naar de Waddeneilanden. Niet alleen in het hoogseizoen, wanneer surfers en jetskiërs de rust komen verstoren, ook in voor- en najaar banjeren wadlopers en andere recreanten rond. Precies in de perioden van vogeltrek, als de storingsgevoeligheid het grootst is. De eilandbewoners zijn inmiddels tot de conclusie gekomen dat het wel een tandje minder mag. Dit tot groot ongenoegen van projectontwikkelaars, die dure hotels en dito voorzieningen in de planning hebben.
Gepubliceerd in december 1999
Gepost door
Christine de Vos
op
zaterdag, november 03, 2007
Labels: Natuur en Milieu, Reportage, Tribune
Jagen op jagers - Op pad met milieudetective Harry Voss
Was Remi Poppe de schrik van de Botlek, in de jagerswereld kunnen ze zijn nieuwe collega Harry Voss (rechts op de foto) wel schieten. Sinds kort is hij aangetreden als extra ogen en oren van het Kamerlid in "het veld". De grootste liefde van Voss is de natuur en zijn grootste afkeer de plezierjacht. Zo gaat hij regelmatig de Veluwe op om het plezier van menig jager te vergallen. De Tribune trok de kaplaarzen aan en ging mee.
Vroeg 's morgens verzamelen de activisten van de SP en De Faunabescherming (voorheen Kritisch Faunabeheer) zich op een parkeerplaats in de bossen tussen Nunspeet en Epe. Gisteravond kwam de tip binnen dat er vandaag een drijfjacht zou plaatsvinden. Na een dik uur baggeren over rulle zandpaden is er echter nog geen jager in zicht. Dan gaat de GSM. "Ze zijn gesignaleerd," roept Voss. Na een sprintje zien we ze zitten aan de kant van de weg, op hun opvouwbare driepootkrukjes. Vlakbij staat een politiebusje met twee agenten. Op Voss' vriendelijke "goedemorgen" wordt niet of grommend gereageerd. Tussen de bomen loopt een twintigtal drijvers in gele regenpakken van de ene naar de andere kant van het perceel. Een enkele ree vlucht weg. Onnodig, want die mag niet geschoten worden in een drijfjacht. Zwijnen wel. Die worden rechtstreeks het schootsveld van de jagers in gedreven. Niks edele strijd tussen mens en natuur, gewoon vissen in een aquarium!
"Natuurlijk wordt er bijgevoerd, anders valt er niets te schieten"
Er is echter geen zwijn te bekennen en de "drift" wordt afgeblazen. "We gaan lunchen," roepen de jagers naar de activisten. En, in de hoop ze af te schudden: "Hebben jullie ook een uur pauze."
"Ik geloof er niks van," zegt Niko Koffeman van De Faunabescherming en zet de achtervolging in. Een paar honderd meter verderop blijkt de "lunch" inderdaad te bestaan uit een snelle kop koffie en een borrel in het veld. "Hoe kan je in godsnaam behoorlijk schieten met drank achter je kiezen?" wil Harry Voss weten. "Levensgevaarlijk!" De aangesproken jager draait van hem weg en geeft geen antwoord. "Joh, die zwijnen zijn zo bijgevoerd en volgevreten, die raak je in beschonken toestand ook nog wel," grapt een collega-faunabeschermer. Dat steekt. "Er wordt absoluut niet bijgevoerd!" protesteert H. Heuvelman, organisator van de jacht, hevig verontwaardigd. De scheepsmagnaat uit Krimpen aan den IJssel pacht het landgoed en heeft er twee ton per jaar voor over om hier met een select groepje genodigden vier maal per seizoen te jagen. "Ik heb op de vergadering van de jagersvereniging persoonlijk voor elkaar gekregen dat het bijvoeren gestopt werd. Het is ook niet nodig. De varkenspopulatie groeit zo explosief. We moeten ze wel afschieten, anders loopt het helemaal uit de klauw." We vragen het na bij een drijver. Met Heuvelman veilig buiten gehoorafstand, vertelt die dat er wel degelijk wordt bijgevoerd. "Anders valt er toch niets te schieten?" Het bijvoeren levert zulke sterke zeugen op, dat ze in plaats van één maal, twee keer per jaar biggen en daarmee een aanzienlijke kudde potentiële jachttrofeeën produceren.
"Als de politie je beste kameraad is, is er een boel mogelijk"
Met de faunabeschermers op de hielen zet het gezelschap zich in beweging, op weg naar de volgende "drift". Een potig zwijn steekt in paniek het pad over. Een jager legt aan en vuurt. Mis. Het tweede schot is wel raak. Als we gaan kijken, ligt het dier in het struikgewas. Hij ademt zwak en er stroomt bloed uit de bek. Terug op het zandpad loopt de jachtopziener, tevens bijzonder opsporingsambtenaar (boa), met priemende vinger op ons af. "Jou, jou en jou zag ik buiten het pad lopen." Hij spreekt enkele woorden door een portofoon en meteen scheurt het politiebusje de hoek om. Onder geamuseerde blikken van een jager en zijn vrouw maakt de boa, na enig gehakketak zelf proces-verbaal op. Koffeman voelt dat er iets niet klopt. Tegen de toegesnelde Heuvelman zegt hij: "Je opzichter is gewoon in particuliere dienst, ingehuurd door de jachtcombinatie. Volgens mij heeft hij alleen maar bevoegdheid in jachtzaken. Als we dit laten voorkomen, krijgt u problemen." Heuvelman's nonchalante schouderophalen blijkt maar schijn. Even later deelt hij ons mee ‘het er nog eens over gehad’ te hebben en dat de processen-verbaal zijn verscheurd. Als de politie je beste kameraad is, is er een boel mogelijk.
Met een touw om zijn snuit wordt het dode zwijn afgevoerd. Het groene takje in zijn bek wrijft hem de nederlaag nog eens extra in. Het beest heeft flink gebloed. "Dat komt door de munitie die ze gebruiken," weet Harry Voss. "Die hollow point kogels exploderen in het lijf en laten enorme wonden achter. Schiet zo'n ding in een big en je rijt het hele beest aan stukken."
Na drie driften en twee dode zwijnen begint het te schemeren. "'t Is afgelopen," gebaart de agent. Eerst zien dan geloven, denken Voss en Koffeman. En inderdaad, een perceel verder worden de jagers één voor één gedropt en staan de activisten er weer met hun neus en camera bovenop. "Niet om jullie bang te maken," probeert Oom Agent het nog één keer, "maar ik hoor net dat er nu wordt ingebroken in de auto's op de parkeerplaats." "Moet jij daar dan niet heen?" Nee.
De kans is groot dat dit de laatste hobbyjacht was
De kans is groot dat dit de laatste jacht was. Behalve de publieke opinie, keren ook grote terreinbeheerders als Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer zich tegen de drijfjacht. Bovendien bespreekt de Kamer binnenkort een voorstel dat zwijnen, edelherten en damherten pas als "wild" mogen worden aangemerkt, als ze een leefgebied van minstens 15.000 hectare hebben. Dit betekent dat ook de jachtpartijen in het Kroondomein (7000 hectare groot) eerdaags wettelijk tot het verleden behoren. Gelet op de nieuwe samenstelling van de Tweede Kamer, waarin tachtig parlementariërs zich volgens hun partijprogramma's tegen de hobbyjacht moeten uitspreken, is de verwachting dat genoemde maatregel zonder problemen zal worden aangenomen.
Gepubliceerd in januari 1999
Gepost door
Christine de Vos
op
zaterdag, november 03, 2007
Labels: Natuur en Milieu, Reportage, Tribune

