zondag 11 november 2007

Ik ben jouw eeuwig heden

Hoe moeilijk is het om de dood van een geliefde te verwerken. Of zelfs maar te bevatten. Het idee dat die persoon nooit meer terug zal komen. Wat is dat, nooit meer? Hoe lang duurt dat? En als ‘nooit meer’ voorbij is, komt hij of zij dan weer terug? Krampachtig zoeken we naar een manier waarop we onze echtgenoot, ouder of kind toch nog een beetje bij ons kunnen voelen. De belofte van een weerzien in een volgend leven, het idee dat de overledene van een afstandje naar ons blijft kijken en misschien zelfs iets tegen ons zegt. Zoals in het mooie gedichtenbundeltje Hier ben ik van Hein Walter.

In het boekje praat de tienjarige Nathalie Geijsbrechts tegen haar vader Eric. Ruim twaalf jaar geleden verdween het Vlaamse meisje. Zoals iedere morgen zette haar vader haar af bij de halte van de bus die haar naar school moest brengen. Ze is nooit op school aangekomen. Nathalie is waarschijnlijk ontvoerd en vermoord.

In eenentwintig gedichten laat Walter het meisje tot haar vader spreken. Tien gedichten voor ieder jaar dat ze leefde, elf voor de jaren erna. In troostende woorden vertelt ‘Nathalie’ haar vader dat ze niet echt weg is. Dat ze voortleeft in de herinneringen en de liefde.

Maak de stilte wakker pap
en hoor de liefde in de herrie

geef de dood geen kans en weet

dat elke keer dat ik bij name word genoemd

ik steeds opnieuw geboren word.

Hier ben ik is geschreven als onderdeel van een project waaraan in 2002 vijfentwintig kunstenaars en familieleden van vermisten deelnamen, onder wie Ans Markus en Gertie Bierenbroodspot. Iedere kunstenaar werd aan een achterblijver gekoppeld.

"In gesprekken met Eric Geijsbrechts kreeg het kunstwerk langzaam vorm. ‘Het moest geen beeld of schilderij worden, maar een gedichtenbundel. Iets
dat hij overal mee naar toe zou kunnen nemen, dat hij aan anderen zou kunnen
geven, iets dat hij in de kast zou kunnen zetten als het hem teveel werd", zegt Walter in het voorwoord van de bundel.

Denk aan wie ik was, wie ik ben, niet aan hoe ik gestorven ben, houdt Nathalie haar vader in het eerste deel van de bundel voor.

Laat me niet meer schreeuwen
maar weer lachen als een kind
en spelen dat ik moeder ben van al mijn poppen, moe zijn
van de dag en slapen op de bank.

Laat me je dromen niet verscheuren
maar verschijnen als een meisje

dat je zegt dat alles goed is

want zo is het.

Voor familieleden van vermisten is het verlies misschien wel dubbel zo zwaar. De onzekerheid over het lot van een geliefde, de vaak valse hoop op terugkeer, maakt rouw en verwerking minder vanzelfsprekend. Rouw is immers de bevestiging van de dood. Een zekerheid die we maar al te graag van ons af willen schuiven.

Toch moeten de achterblijvers, en ook Eric Gijsbrecht verder. Ook al durft geen
ambtenaar Nathalies naam door te strepen, zoals Walter haar in een van de gedichten laat zeggen. Ze blijft altijd tien jaar. Haar vaders ‘eeuwig heden’. Aan het eind van de bundel is ze al eenentwintig bladzijden aan het woord. De leeftijd van volwassenheid.

Volgens het wetboek
ben ik bij volwassenheid

gerechtigd om te zeggen

wat ik wil.

Daarom zeg ik,

pap, ik hou van je.

En ook
dat het nu tijd is
om me los te laten

zoals je Bjorn los zal laten
als hij 21 is.

Hein Walter heeft met 'Hier ben ik' een teder en hoopvol boek geschreven.

Maar weet
dat we nooit verder

van elkaar verwijderd zullen zijn

dan een gedachte.

Mooi…

Gepubliceerd in mei 2005